INTERVIEW

27/02/08, Muziekfabriek, AVS

Interview en live sessie op AVS voor het cultuurprogramma Muziekfabriek. Klik hier om de uitzending te herbekijken.

22/01/08, Exit Plus Folk, Radio 1

Interview over de inspiratie van Göze bij het maken van Quand On Est bien Amoureux. De babbels zijn doorspekt met fragmentjes uit de cd. Klik hier om de uitzending te herbeluisteren. Eens je op de pagina van Radio 1 bent, klik dan op Audio en je bent vertrokken!

30/11/06, Folkroddels.be

Nogal een geluk dat ik perfect Gentstalig ben en dat driekwart van mijn hedendaagse vrienden West-Vlamingen zijn. Anders had ik zeker en vast een tolk nodig gehad om de heren van Göze op de rooster te leggen. De rooster was heet, maar met een biertje en een Ierse koffie voor de heren en een theetje voor de dame was de toon voor een gezellige babbel over ‘Gezellig onderuit zonder elektriek’ gauw gezet! Benieuwd wat Folkroddelsland van dit vrolijke duo vindt!

FR: Heren,
Veel mensen vragen zich af hoe het nu met Göze zit? Ewel, vertel eens: hoe zit het nu met Göze? Wat zegt het heden en wat breng de toekomst?

Maarten: het eerste dat eigenlijk nu te gebeuren staat, is dat we in januari gaan spelen met Chabenat en Paris. Er komt een cd uit van het programma dat we hadden anderhalf jaar geleden. Toen hebben ze dat opgenomen in ’t Ey in Belsele. Dat was een tof concert. In de tweede of derde week van januari gaan we die cd voorstellen.

FR: En nadien? Wat gebeurt met de groep?

Wim: We moeten een verschil maken tussen Göze als kernduo en Göze als groep. Als duo spelen we luisterconcerten en die zijn meestal kleinschalig. Dat blijft gewoon doorgaan. We werken momenteel aan een nieuw programma: voornamelijk traditionele muziek vermengd met eigen composities in de lijn van onze eerste cd. Daarnaast hebben we, op basis van de vraag om op boombals te spelen, een groep opgericht en een balprogramma ineengestoken. We hebben onze groep uitgebreid met goeie muzikanten: Sam Van Ingelhem, Toon Van Mierlo en Jo Zanders.
Om eerlijk te zijn is dat zodanig verschillend van het spelen van luisterconcerten dat het een veel zwaardere druk op je muziek legt. Je hebt niet dezelfde interactie met je publiek. De afstand tussen de muzikanten en publiek is veel groter. Wij weten uit ervaring dat dansers ook met moeite echt naar de muziek luisteren. Balmuziek spelen is veel vluchtiger. Bals krijgen gemiddeld 300, 400 tot 600 man over de vloer. Muziek gespeeld door een duo draagt niet ver genoeg. Dat heeft niet voldoende power. Het is veel aangenamer om er te staan met een goeie begeleiding en een aangevulde ritmesectie.
We hebben er erg van genoten om met zijn vijven te spelen, maar we wisten dat dit niet zou blijven duren. Jo is bezig met zijn eigen projecten. Zijn groep Lokomotiv kent veel succes en in Brussel leidt hij ook een percussiefanfare die vooral bestaat uit allochtone jongeren. Hoe heet die groep nu ook alweer?

M: Fanfakids!

W: En ook Sam en Toon zijn met eigen dingen bezig. Daarmee hebben we in september besloten een half jaar pauze te nemen. De bals die vastlagen hebben we uiteraard nog gespeeld. Dat hadden we aan Boombal beloofd (lacht een beetje groen, want dat had ie aan zichzelf beloofd). Maar vanaf morgen (1 december nvdr) zit ons laatste bal erop tot april 2007. Hoe de nieuwe bezetting er zal uitzien weten we nog niet, maar dat is eigenlijk een beetje ons plan: tegen april op de proppen komen met een nieuwe balgroep rond deze twee muzikanten.


FR: Komen er dan veel nieuwe mensen bij?

W: Dat weten we nog niet. We hebben nog tijd hé? We zijn nog maar december.

M: We zijn er nog niet actief mee bezig.

W: We filosoferen wel. Het voordeel aan balmuziek is dat ze minder veeleisend is dan wanneer je een luisterconcert geeft. Je kan veel meer experimenteren met muzikanten die uit een totaal ander genre komen. Een klassieke cellist, een jazzpianist, een rapper of een funkbassist. Je kan alle richtingen uit. Onze voorkeur gaat nu eigenlijk uit naar het experiment. We beloven in elk geval iets verrassends!

FR: We zien de laatste jaren dat de meer traditionele groepen er plots een ritmesectie bij krijgen om de typische ‘Boombalgroove’ te verkrijgen.
Het is geen publiek geheim dat het Boombal zelf de groepen aanspoorde om een groovy sound te ontwikkelen om hun podia te beklimmen. Sommige groepen zaten stevig op de boot, anderen kwamen er niet toe. Bij Göze swingde het de pan uit. Nu zitten we met de omgekeerde evolutie: intiemere bals die terug meer waardering krijgen. ‘Back to basic’…
Hoe past Göze binnen het Boombalplaatje?

M: Ik vind het grappig als je zegt: ‘back tot basics’. Ik ervaar dat helemaal niet zo. Wij zijn ook steeds met zijn tweeën blijven doorspelen. Ik vind bals en luisterconcerten op zich twee aparte dingen. Maar ik vind beiden even tof om doen. Maar het is natuurlijk iets anders!
Met twee kan je veel meer laten afhangen van het moment zelf. Wanneer je je goed voelt, maak je goeie muziek. Wanneer je je minder voelt, val je meer terug op structuren die je reeds kent. Dat kun je je niet permitteren wanneer je met een grote groep speelt. Met een grote groep werk je aan een vast arrangement. Het is tof dat op een strakke manier te spelen. Met twee laat je dat meer open waardoor je een grotere dynamiek creëert. Voor mij sluit het ene het andere niet uit. Maar bij het publiek ligt dat dikwijls anders: ofwel verkiezen ze de intieme dingen en hebben ze een afkeer voor het grote of omgekeerd!

W: Ik speel heel graag met ons vijven. We weten dan dat we het in ons hebben een powersound neer te zetten zelfs al spelen we op basisniveau en is het geen uitschieter. Ik speel ook graag met Maarten alleen, want dan weet ik dat alles zal afhangen van hoe wij ons die avond voelen. Daar komt dan ook altijd goeie muziek uit want we kunnen ons eens goed laten gaan!
Dat je zegt dat er groepen in verdringing komen, daar ga ik, als organisator van Boombal, eigenlijk niet mee akkoord! De visie van Boombal is altijd geweest om zoveel mogelijk muzikanten op het podium te krijgen. Anderzijds zit je ook met de realiteit dat je voor 400-500 man geen duo of een akoestisch trio kan zetten. Dat klinkt heel mager. Daardoor programmeren we groepen met een sterke powersound. Sommige groepen gaan daar niet op in en deze programmeren we dan op intiemere bals.
Wij willen folk ook niet reduceren tot Göze kwintet, AedO en Kadril. Balfolk is véél meer dan dit. Dat is ook de motivatie van Boombal geweest om het intiemcircuit uit te bouwen. Luisterconcerten programmeren we niet. Dat is aan de Culturele centra en het Clubcircuit.

M: Je kan ook als grote groep intiem spelen en als kleine groep groots. Voor mij moet daar niet zo’n soort van scheiding rond gemaakt worden.

W: Op een Boombal meten we de ambiance in het publiek met onze voelhorens. Op Boombal Gent maakt het een groot verschil uit wanneer we pakweg Kadril programmeren tegenover Göze in duo. De spanning die je daar met een groep kan opbouwen is veel groter dan wanneer je ons daar zou zetten.

FR: Hoe spelen jullie het liefst? Als kwartet of als duo?

W: Ik zou durven zeggen met twee.

M: Ik ook. Maar als ik niet moet kiezen, kies ik liever niet omdat ik vind dat je uit beiden plezier haalt, zij het op een ander vlak.

(Maar helaas voor Maarten kunnen FR-redactrices af en toe harde tantes zijn dus hij moest kiezen)

M: Dan ook liefst met twee. Je kan het hele concert laten afhangen van het moment. Met vijf lukt dat niet. Wanneer jij, als begeleider plots beslist stiller te spelen, dan kom je in je blootje te staan (en over ‘in je blootje staan’ wordt later op de avond nog gepraat) want de rest speelt gewoon verder. En dan trekt dat op niets. Wanneer je dat met twee doet, dan kan de ander daar onmiddellijk op inpikken en kan je daar veel mee doen.

W: Over het tempo, juist hetzelfde: de ene vertraagt, de andere volgt. In groepen gaat dat gewoonweg niet!

M: Maar wanneer je met een groep speelt kun je, tijdens de repetitie, van alles uitproberen met arrangementen. Met twee kan je onvoorbereid spelen en alles laten afhangen van de elektriciteit van het moment.

FR: Hoe goed zijn Wim en Maarten op elkaar afgestemd?

M: Goed hé? We zijn bijna 7 jaar samen. (Laten we nog even achterwege laten dat 7 jaar een cruciaal moment in een relatie is.)

W: Deze week hebben we een half uur voor radio Urgent gespeeld. We hebben goed gespeeld: de hele tijd met onze ogen dicht! Als we ons goed voelen, erin zitten en met zijn tweeën spelen is er enkel muzikale communicatie. Daar krijg ik een kick van!

M: Het is een verhoogde staat van uitwisseling.

W: Onze basis zit goed. We zijn ook heel open tegen elkaar. Als ik een idee heb zie ik meteen aan Maartens gezicht wat hij ervan vindt en omgekeerd! Dat zijn dingen die allemaal heel natuurlijk verlopen. Dat komt omdat we een duo zijn. We spelen beiden ook in trio’s en dat is helemaal anders. Twee is de kleinst mogelijk kern. Met drie spelen geeft een heel andere synergie.

M: Wanneer we een cd beluisteren en elkaar bevragen over onze favoriete nummers komen we negen op tien keer bij dezelfde nummers uit. Ik vind dat heel comfortabel.

W: Dat gebeurt dikwijls. Wij hoeven niet meer te zoeken naar een basisgevoel. Wij weten onmiddellijk dat we voor het ene nummer het pad naar links zullen nemen en voor een ander nummer naar rechts. Meestal moeten wij daar niet naar zoeken!


FR: Maar je weet toch wat ze zeggen hé? 7 jaar samen zijn is een cruciaal moment in een relatie! Dus euh… Als jullie uit elkaar gaan, weten we waaraan het ligt hé? Aan ‘men zegt…’ ;-)

Zijn jullie zelf fan van Geuze?

W: Ik luister nooit naar de cd, maar ik ga wel naar elk optreden (Wim en Maarten beginnen uitbundig te lachen en Wim herhaalt overpeinzend zijn zin).
Ik kan dat niet. Ik kan heel hard met een cd bezig zijn. Dan luister ik er elke dag naar. Ik probeer dan te voorzien wat het publiek ervan zal vinden. De dag dat de cd uitkomt is dit unieke gevoel totaal weg en luister ik nooit of nog maar zelden naar die cd.


M: Ik heb dat ook. Je bent er heel hard mee bezig geweest en je weet wat je goeie en slechte kanten zijn. Op het moment zelf was dit het beste dat je kon doen.

W: Maar ’t is een beetje een strikvraag hé? Ben je fan van je eigen groep? Uiteindelijk kun je daar niet anders dan ja op antwoorden!

FR: Ofof: ben je fan van ‘Geuze’? Maar dan moet je daar eens over nadenken!

W: Fan van ’t bier? A ja, ikke wel, ja. ’T zal wel zijn. ik heb de Geuze echt leren ontdekken toen we bezig waren met de opnames van de Jong Folk CD’s in ’t Smiske. Elke dag een andere soort proeven.

FR: Wat ik mij nu al een hele tijd afvraag: waarom dat trema op Göze? Moeten we jullie dan niet ‘Gezellig underuit zonder elektriek’ noemen?

W: Eigenlijk was dat een domme fout van ons. Op onze eerste CD zijn we vergeten de twee puntjes op Göze in het verkeersbord te zetten. Want eigenlijk, onze groepsnaam is gewoon Göze! We vonden het tof dat dit een Vlaams bier is, de champagne van ons land. Bovendien hebben Maarten en ik elkaar leren kennen op Etno in Zweden. Onze gemeenschappelijke roots liggen daar. De twee puntjes zijn ook typisch Zweeds. Toen we dat beslist hadden, kwamen we erop ons ‘Gezellig onderuit zonder elektriek’ te noemen. Dit werd dan de titel van onze CD. Wijzelf zijn gewoon Göze. De verwarring hebben we zelf gecreëerd en is bij deze nu rechtgezet!

M: Een andere verwarring die we misschien bij deze ook kunnen rechtzetten is de verwarring tussen Göze, Göze XL,... De twee eerste optredens met de grote groep speelde we onder de naam ‘Göze XL’, maar eigenlijk is dat ook gewoon Göze. Het publiek is er gewoon ‘XL’ blijven achter plakken, terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling was!
Als Göze op een balaffiche staat dan weet je gewoon dat de kans groot is dat we er met de grote groep staan. In een cultureel centrum of in een klein zaaltje is Göze met twee.

FR: Jullie hebben een tijdje een advertentie in ‘Goe vollek’ gehad waarbij jullie zichzelf probeerden te verkopen aan de woonkamers van folkminnend Vlaanderen. Bestaat dat concept nog?

W: Ja, maar niet zoveel meer.

FR: heeft dat leuke momenten opgeleverd?

W: Tuurlijk. Je moet je inbeelden: bij de mensen thuis. Je zit dan aan hun salontafel. ’t Is meneer zijn verjaardag en mevrouw heeft voor de verrassing vrienden en Göze uitgenodigd. We hebben al gehad dat we mochten mee-eten. De mensen mogen ook zelf kiezen hoe ze ons invullen die avond. Wij zijn de hele avond ter beschikking en ze mogen dat volledig inrichten zoals ze zelf willen. Voor het eten, na het eten, tussen de gangen, eerst een stukje luisterconcert dan een stukje bal, dat kan allemaal. We merken dat het bij de mensen in goede aarde valt. ‘We krijgen hier twee muzikanten en we kunnen ze gewoon als legoblokjes in onze avond inpassen’(en zijn legoblokjes niet fantastisch om mee te spelen?)

FR: Stel: ik geef jullie wat magisch toverzand en jullie mogen een jullie ideale optreden toveren (qua zaal, publiek, bezetting, muziek, verlichting, drank,… echt alles alles): welke elementen zouden zeker aanwezig zijn in jullie droomoptreden?

W: Het optreden, een paar weken terug in de Hot club de Gand benadert die werkelijkheid voor mij.

M: Voor mij is dat helemaal niet zo imaginair. Ik heb al veel optredens gehad van fjuuw (fluit).

W: Ewel, ja. Als muzikant kom je in veel verschillende situaties terecht. Of we nu op Dranouter spelen voor een volle tent of in de Hot club de Gand voor 30 mensen of thuis voor 6 dan is de vraag eerder: haal je beste optreden boven. Wij dromen daar niet over. Wij maken dat regelmatig mee. Bij mij gaat het vooral om de luisterbereidheid van het publiek en de omstandigheden die daarvoor gecreëerd worden.

M: Het heeft te maken met een soort uitwisseling van energie. Tussen elkaar en tussen ons en het publiek. En hetgeen je zegt: ‘stel je ideale optreden samen’ ... ik zou kunnen zeggen: ‘Ik droom ervan nog met die en die muzikant te spelen’. Dat wel. Maar als de energie ontbreekt kan dat een rotoptreden worden. Je kan eigenlijk niet op voorhand weten of het een goed optreden wordt.

W: Wij hebben het geluk dat de mensen veelal tevreden zijn wanneer ze naar ons komen luisteren. Er hangt over het algemeen een gezellige sfeer. En of dat nu thuis is, voor een volksdansclub of op een festival; de mensen komen naar ons luisteren. Als wij dan in vorm zijn en de soort verwachte stilte vanuit het publiek is aanwezig, dan mag dat concert voor mijn part op de maan doorgaan en mag iedereen water drinken. (Maarten en Wim lachen)

M: De maanconcerten!

W: Als aan die voorwaarden voldaan zijn (publiek dat luistert, muzikanten die zin hebben om te spelen) en er is een goeie entourage, dan is alles mogelijk.

M: Het hangt van veel dingen af hé? Vooral kleine die je dikwijls meer terugvindt in kleinere zaaltjes zoals ’t Ey, waar je altijd lekker eten krijgt en waar je altijd goed ontvangen wordt. Of in ’t Smiske! Allemaal plaatsen waar je je als muzikant welkom voelt. Dat hadden we op Nekkanacht bijvoorbeeld niet. Daar waren we nog aan het spelen toen ze achter ons reeds het podium voor ’s anderendaags klaarzetten. Daar ben je toevallig muzikant met code zoveel die komt spelen. Daar heb je niets aan en ik denk het publiek ook niet.

W: Eigenlijk zoeken wij met onze muziek, zeker als duo, intimiteit op van mensen die geboeid naar twee instrumenten, die met elkaar in dialoog gaan, willen luisteren.

FR: Een korte, priemende vraag: staat er een nieuwe cd op stapel?

W: Onze nieuwste CD komt uit op 21 januari. Dat is een liveconcert met Chabenat en Paris. Daarnaast zijn we van plan, maar concrete plannen zijn er nog niet, een CD uit te brengen met niet-duowerk erop. Maar eigenlijk dromen we ervan een dubbel-CD uit te brengen. Eén CD met, hopelijk, het optreden van morgen (interview dateert van 30 november. Met morgen bedoelden de heren 1 december, het laatste optreden met het Göze-kwintet in zijn huidige bezetting) en één CD met nieuw duowerk. En laat ons zeggen, Maarten, bij deze, voor juli 2007 zou dat toch moeten kunnen!

FR: En nog één vraag om het af te leren. In de veronderstelling dat Wim, op doedelzak en accordeon na, volledig naakt op de vorige cd-hoes stond: is het dan nu Maartens beurt?

M: You wish!!

W: Hoe die nieuwe hoes er zal uitzien, weten we nog niet. Ik ben wel van uw gedacht: ik zou dat ook wel willen dat ík nu eens mijn grootmoeders onderbroek mag aandoen.

FR: Dat zou wel het eerlijkste zijn hé?

W: In ieder geval: zo’n CD-hoes maken is niet zonder gevaar! Ik stond daar dus volledig in mijn blootje en Maarten bijna in zijn blootje bij een rood licht aan de Volvo in Gent. De camionchauffeurs hadden ons natuurlijk zien staan. Een tankwagen met benzine claxonneerde naar ons, maar hij had niet gezien dat het rood was. Die is dus door het rood gereden en heeft daardoor bijna een ongeluk veroorzaakt. We zijn dan maar onmiddellijk gevlucht.

Heren, bedankt voor deze verhelderende zinsneden en schol!
Eleentje

16/01/04, Het Nieuwblad

In de categorie origineelste groepsnaam kapen de folkmuzikanten Wim Claeys en Maarten Decombel gegarandeerd de eerste prijs weg. Ze stelden zopas als “Gezellig Onderuit Zonder Elektriek”, kortweg G.O.Z.E. hun debuutalbum voor. “Al vrees ik dat we binnenkort tijdens onze eerste toernee toch een klein beetje elektriek gaan nodig hebben.

Beide olijke heerschappen zijn beslist geen onbekenden in de Vlaamse folkwereld. Accordeonist Wim Claeys verdiende zijn sporen onder meer bij Ambrozijn en gitaarvirtuoos Maarten Decombel doorzwom al tal van folkwatertjes. G.O.Z.E. zag twee jaar geleden het levenslicht.
“Het begon allemaal door akoestisch bij vrienden en familie thuis te spelen. Zo toeren we eigenlijk al twee jaar binnenskamers. Microfoons en elektrische versterking komen er niet aan te pas. Het is folk in zijn zuiverste vorm, puur klanken. Ideaal dus om de diepere betekenis van deze muziek tot leven te wekken”,vertelt Wim. “We kregen zodanig veel goesting om alles op cd te zetten, dat we het ook gedaan hebben, inclusief het hele productieproces. Het was een ei dat we kwijt moesten.”

G.O.Z.E. brengt de folk terug naar zijn essentie. Het is folk pur sang, variërend van romantische luisterstukjes tot vinnige dansmuziek. De composities zijn afkomstig uit heel Europa. “Tal van liedjes geraakten vroeger niet verder dan het dorp of de streek van oorsprong. Moderne communicatie- en vervoersmiddelen hebben voor een kentering gezorgd. Ikzelf heb tijdens omzwervingen in Europa heel wat van die muziek geleerd van lokale muzikanten. Ons debuutalbum bevat er tien van”,licht Wim toe.” De overige vier nummers zijn eigen composities, improvisaties op traditionele muziek. Het is een fenomeen dat je ook in de jazz aantreft.” Ondanks de moderne tijdsgeest en allerlei technische snufjes wordt traditionele folk almaar populairder. “Het is een eeuwige slingerbeweging. Als de mensen eerst naar links neigen, komt er naderhand een tegenbeweging naar rechts. Het zelfde gebeurt in de muziek. De toenemende elektronisatie is veel minder persoonlijk en warm. Folk is het tegenovergestelde, met veel lichamelijkheid en massa’s knuffels”,verklaart Wim.