CD RECENSIES

"QUAND ON EST BIEN AMOUREUX" (2008)

Diatonisch Nieuwsblad

Wow, Göze in een totaal ander daglicht dan op de voorgaande schijf. Op het debuut van het duo Wim Claeys (trekharmonica) en Maarten Decombel (gitaar) hoorden we een verzameling van deunen waarin beide heren iets wilden vertellen, maar bij nader inzien geen echte eenheid konden vormen. Dat is het duo nu duidelijk gelukt, en hoe! De eenheid staat als een huis, al meteen bij de eerste geweldig mooie compositie van Decombel (Mazurka des tuileries). De muziek van Göze vloeit en blijft spannend tot de laatste toon. Met een duidelijke souplesse en een overduidelijke gedrevenheid voeren de heren je langs liefdevolle paden. Mooie gedragen melodieën worden afgewisseld met pittige instrumentalen die met een zekere ingetogenheid worden gespeeld. Een absolute meerwaarde is de vocale bijdrage van Olle Geris. Ze heeft een mooie zuivere stem die zich goed laat mengen met de trekharmonica en gitaarsound van Wim en Maarten. Decombel haalt alles uit de kast en laat daarmee de veelzijdigheid van de gitaar horen. Petje af voor de geluidstechniek, want de akoestische instrumenten klinken exact zoals ze van nature ook horen te klinken.

Veel composities komen van Decombel en Claeys, maar er passeren ook een aantal traditionele werken. Lied van de zee is een opvallende vocale bewerking van een lied van Raymond van het Groenewoud. De tien studio-opnamen worden aangevuld met een zeer dansbare livetrack (Patatski), waarbij Toon van Mierlo (saxofoon), Jo Zanders (percussie) en Sam van Ingelgem (basgitaar) een gastrol vervullen. Tango para Diego wordt opgedragen aan de onlangs overleden Vlaamse folkmuziekgrootheid Dirk van Esbroeck.

Ik ervoer Göze in eerste instantie als een leuk muzikaal uitstapje van Decombel en Claeys, maar met Quand on est bien amoureux geven de heren aan wel degelijk een formatie te vormen. Supermooie cd vol aantrekkelijke muziek die bij iedere zichzelf respecterende trekharmonicaspeler in de cd-speler moet liggen!
Ron Janssen 

De Bond

Dichter bij huis verwarmen de jongens van Göze ons met hun nieuwste plaatopname. Wim Claeys (Ambrozijn, Olla Vogala) op diationisch accordeon en Maarten Decombel met akoestische gitaar, brengen ons op de dromerige paden van verliefdheid en liefde. Beide makkers doen wonderen met het oude volkslied Cecilia of met eigen nieuwe folknummers. De charme van de accordeon combineert heerlijk met de heldere akoestische gitaar. In het Lied van de Zee (Raymond van het Groenewoud) en in het eigen Wets dich krijgen we de bekoorlijke stem van zangeres en doedelzakbouwster Olle Geris er nog eens extra bij. Poëtisch kabbelt deze productie zich van ballade naar mazurka. Maar vooral: recht naar het hart!
Kris Verhoeven
 

Folkroddels.be

‘De nieuweling van dit intieme folkduo brengt gevarieerde luistermuziek, waarop af en toe ook een dansje kan geplaceerd worden.’

Begin dit jaar kwam de nieuwe boreling van Göze op de markt. Je kan er niet naast kijken. Op de hoes Wim Claeys en Maarten Decombel, in flashy hemdjes, aan het armworstelen in een omgeving met veel rood en donker hout. In de pers, veel lovende kritieken. Moet ik er nu de zoveelste bijschrijven?
 

Ja, vooreerst omdat we niet elk jaar een nieuwe Göze CD krijgen (de groep is intussen 7 jaar bezig en dit is pas hun derde CD. 
Ja, omdat het Valentijn is, en we voor die gelegenheid toch een mooie CD met Amoureux in de titel willen bespreken.
Ja, omdat het een echt goede plaat is, met veel afwisseling van zowel dans- als luisternummers.
Ja, omdat je heel goed kan horen dat de muzikanten intussen 7 jaar verder staan, en hun spel een stuk verfijnder en gevarieerder is geworden.
En tenslotte, ja omdat ze ook nu weer nieuwe paden inslaan. Daar waar hun eerste CD een vernieuwing was voor intieme muziek, ze bij hun tweede de waaier open trokken naar een kwartet met hun grote voorbeelden Gilles Chabenat en Frédéric Paris, krijgen we nu op hun meest recente schijf zang van Olle Geris in twee nummers, en ook een voorzichtig aftasten van de mogelijkheden die de elektronica biedt.
Waar de eerste CD bestond uit traditionele nummers en eigen compositie van Wim of van Maarten, krijgen we nu ook een aantal nummers die gezamenlijk door de beide Gözers gemaakt zijn. Iets waarvan ze zelf zeggen dat dit slechts na een aantal jaren kon.
Heel mooi op deze schijf is hun bewerking van de traditional ‘Ik zag Cecilia komen’. Lage accordeon klanken, die worden afgewisseld met een tinkelende tokkelgitaar. Halfweg wordt de muziek hard vervormd door elektronische effecten, en krijgen we een veldopname te horen die Pol Heyns in 1939(!) in Kortrijk maakte van een kinderversie van dit nummer. Om rillingen van te krijgen, zo mooi.
Er staan op deze CD ook 2 nummers die door iemand anders werden gecomponeerd. Zo is er de polska ‘Fastän’ van Esther (sic) Saether en een mooie bewerking van Raymond Van het Groenewoud’s ‘Lied van de zee’. Hier horen we de mooie stem van Olle Geris. Olle is in de eerste plaats bekend als zeer vaardige doedelzakbouwster en rietensnijdster. Maar hier laat ze horen ook over een prachtige stem te beschikken. Het wordt een heel aparte versie van dit – intussen al 12 jaar oude – nummer. Met ingetogen begeleiding van accordeon, afgewisseld met een subtiel tussenspel, terwijl Maarten er vrolijk op los tokkelt op zijn gitaar. Het tweede nummer dat Olle zingt, is een eigen tekst, op een traditionele melodie. Ze zingt het in haar streektaal: ‘Wets dich’. Met dit nummer behaalde dit trio trouwens een tweede plaats op een internationale muziekwedstrijd waar ze door De Groote Boodschap naar uitgezonden waren.
Is er nog plaats voor nog een hoogtepunt? De ‘Tango para Diego’, een prachtige tango van Maarten, opgedragen aan de vorig jaar gestorven Dirk Van Esbroeck, die de echte Argentijnse tango bereikbaar maakte voor vele Vlamingen.
Ik hoor je al zeggen, Göze, dat is toch ook een balgroep? Staat er dan geen dansmuziek op? Jawel, zowel het eerste (‘Mazurka des Tuilleries’) als het laatste nummer (‘L’Ostendaise’) zijn twee bloedmooie mazurka’s van de hand van Maarten Decombel – waarbij de tweede het meest dansbare is (de eerste vraagt erom heel goed naar de muziek te luisteren, want af en toe zit er wel een extra maatje in).
Wil je graag wat swingender werk, dan zijn er frisse scottischen: het titelnummer, dat een bewerking is van een traditional die door Jan Smed overgeleverd is, een swingend ‘Patatski’, een life-opname van het toenmalige Göze-XL (met Toon Van Mierlo, Sam Van Ingelgem  en Jo Zanders), dat intussen tot HARAKIWI is omgedoopt. En dan is er ook nog ‘Hozee’, met een hilarische intro (een opname van een antwoordapparaat waarop een jongedame in haar moeders toale vraagt om informatie over de groep Hozee, en vraagt om eens "te bell’n, of geft anders een telefontje").
En om het helemaal wild te beëindigen: een duo jigs ‘Skaloval/Neverending’ om helemaal mee uit de bol te gaan.

Een aanrader, in elk geval. Een CD die nooit ver weg van je CD-speler mag liggen. Maar vooral, een mooi toonbeeld van hoe 2 muzikanten in 7 jaar tijd elkaar steeds meer gevonden hebben, hun spel verfijnd en gevarieerd hebben, samen prachtige nummers en arrangementen brengen, en op die manier hun steentje bijdragen tot het verderzetten van deze mooie traditie.
Steven Vanderaspoilden 

  

Folkspot.be

We kregen de afgelopen weken enkele mooie schijfjes in onze handen gestopt. Ook in het folkwereldje staan de persen, ondanks de concurrentie van de online muziekwinkels en downloadsites, niet stil. De cd is blijkbaar nog niet helemaal ten dode opgeschreven.

Zo mochten we ‘Quand on est bien amoureux’, de derde worp van Göze (oftewel gitarist Maarten Decombel en accordeonist Wim Claeys) beluisteren. Göze is een samentrekking van ‘gezellig onderuit zonder elektriek’ en dat statement maken ze ook op deze cd opnieuw waar. In aanloop naar de 14de februari (Valentijn) kreeg deze cd als thema ‘de liefde’ mee. Met deze rode draad rijgen de heren, hier en daar aangevuld met zangeres Olle Geris en muzikanten Sam Van Ingelgem (bas), Jo Zanders (percussie) en Toon van Mierlo (sax), mooie melodiën en liederen aan elkaar tot een amoureus en vaak dansbaar geheel. Denk maar aan de zeemzoete Mazurka des Tuileries, L’Ostendaise, het titelnummer of de aan Dirk Van Esbroeck zaliger opgedragen Tango para Diego. Met Wim Claeys in de gelederen mag, nee moet er af en toe ruimte zijn voor humor. Aan het begin van Hozee! horen we een grappig telefoonberichtje van een Westvlaamse (vandaar niet Göze maar Hozee) mevrouw die het duo wil boeken en vraagt wat dat dan mag kosten, om vervolgens een mooie scottish op gang te trekken, inclusief bezwerende zangpartijtjes.

Zangeres Olle Geris maakt zich Raymond van het Groenewouds Lied van de zee helemaal eigen, en even later doet ze hetzelfde in een Maaslands dialect in het mooie Wets dich. De sfeer van de liederen past misschien niet helemaal in het totaalconcept van deze cd, maar op zich zijn het pareltjes. In Cecilia gebruikt Göze een oude opname uit 1939 om ‘Ik zag Cecilia komen’ in een eigenzinnig kleedje te steken. Het instrumentaaltje Skaloval-Neverending sleept zich dan weer naar een stemmige climax.

Een scandinavische inslag geven de heren met de Polska Fastän en het door een hartslag voortgestuwde en tegendraadse Rauland. Met Patatski, een liveregistratie waarop Toon, Sam en Jo meespelen, laten de heren van Göze zich horen als uitstekende muzikanten voor de vele Boombals, waar ze niet zelden ten dans spelen.

Met dit schijfje werd alweer een mooie luisterplaat op folkminnend Vlaanderen en de rest van de wereld losgelaten. Oorstrelend en hier en daar ook dansbaar, meer moet dat niet zijn.

 

De Standaard

Göze (‘Gezellig Onderuit Zonder Elektriek’), dat zijn nog steeds Wim Claeys (diatonisch accordeon) en Maarten Decombel (gitaar). Ze zijn nu al zo’n zeven jaar samen. Maarten speelt ook nog bij onder meer Urban Trad en geeft les, Wim zit bij Ambrozijn en Tref en is ook de bezieler van het succesvolle folkdansproject Boombal. Op hun derde album, Quand on est bien amoureux, staat de liefde centraal: wellicht niet toevallig verschijnt de plaat nu, in de valentijnsperiode, maar de liefde is natuurlijk ook het thema bij uitstek van de volksmuziek. Hoe dan ook werkt de keuze aanstekelijk.
We openen met een voorzichtig voorspel in ‘Mazurka des Tuileries’, voelen vlinders in de buik en elders bij ‘Rauland’ en genieten van de verrassende liefdeszang van Olle Geris heel dichtbij in ‘Wets dich’ en het prachtige ‘Lied van de zee’, een van de meest religieuze composities van Raymond van het Groenewoud. ‘Tango para Diego’ is een emotionele hommage aan Dirk Van Esbroeck. En na het geheimzinnige ‘Cecilia’ eindigt het album haast symbolisch met ‘L’Ostendaise’.

Dit is eigenzinnige en heel geïnspireerde muziek. Het album bevat zowel eigen composities als traditioneel materiaal, dat gearrangeerd is. Alles is overgoten met een coctail van kwalitatieve hoogstandjes, en van een liefdesplaat verwacht je niet minder.
Al De Boeck - Waardering ***
 

Folkforum.nl

"Göze klinkt röze"

Zoals het Vlaamse duo Göze (accordeon+gitaar) stokoude melodieën oppoetst is weergaloos. Op het vorige album kregen Komt vrienden in de ronde en Sneeuwwit vogelke een beurt. Nu, op het splinternieuwe album Quand on est bien amoureux, is dat gesublimeerd in Cecilia (je weet wel, ‘ik zag Cecilia komen met bloemekens in haar hand’).
Als in ’n droom, zo slepend klinkt de melodie op de accordeon omgeven door sprankelende snaren. En dan moet het summum nog komen. Halverwege klinkt namelijk plots een veldopname die Pol Heyns in 1939 maakte van een kinder-versie van Cecilia. Het is ingebed in een spannende spacy sound vol vervormde trekzak- en lapsteelklanken. Als was het een boodschap van Venus of Mars. Prachtig!

Het thema van het nieuwste Göze-album is Liefde. Dat sluit naadloos aan bij de gevoelige uitgebalanceerde muziek op diatonische accordeon en akoestische gitaar, zoals we die al ’n  jaar of zes kennen van Wim Claeys (Ambrozijn, oprichter Boombal etc) en Maarten Decombel (Keukojoen, Griff, Urban Trad, etc).   

In 2004 verscheen hun goed ontvangen debuut-album ‘Gezellig Onderuit Zonder Elektriek’. Vorig jaar volgde het in 2005  opgenomen live-album met hun Franse collega’s Frederic Paris en Gilles Chabenat. Nu is er het tweede studio-album. Gebleven zijn knappe klein gehouden arrangementen. Ook staat er naast dansbare muziek, opnieuw dierbare luistermuziek op.

Er zijn ook primeurs. Het album bevat twee zangnummers, Claeys en Decombel componeren steeds meer nummers sámen, accordeonist Claeys raakt geen doedelzak meer aan (wel een enkele keer mondharp) en er staat een live-nummer op door een Göze XL-bezetting (sic).   

De zangeres is doedelzakbouwster en -speelster Olle Geris. Ze zingt met een heldere tedere stem. In het voorjaar van 2002 bleek Geris niet enkel een doedelexpert, maar ook een uitstekend zangeres. Ze zong mee op Paul Rans’ cd-reeks ‘Traditionele Muziek uit Vlaanderen’. Een jaar later werd ze samen met Göze door het toenmalige VRT-radioprogramma De Groote Boodschap afgevaardigd naar een internationale liedwedstrijd in Slovenië. Het gelegenheidstrio Geris/Claeys/Decombel won de tweede prijs met het nummer Wets Dich (tekst Geris, melodie trad.).

Leuk dat nu haar Limburgse prijsnummer van toen op deze cd is vastgelegd. Wets Dich is een roerend lied vol  liefdespijn. Met gevoel zingt ze: ...Mien leef ich mot dich verlaoten, ich mot d’n andere kantj opgaon... Begeleid door donkere accordeonbassen en twinkelende hoge gitaarsnaren en een bewogen accordeonsolo, groeit het uit tot een tweede hoogtepunt.  

Ook horen we Lied van de Zee, een cover van Raymond van het Groenewoud. Waar Van het Groenewoud zich destijds (Ik Ben God Niet, 1996) begeleidde op slaggitaar, doet Decombel het hier subtieler tokkelend. En waar Van het Groenewoud een weemoedig mondharmonica-outro van ruim twee minuten eraan vastkoppelde, zorgt Claeys voor diezelfde sensibiliteit op zijn diatonische trekzak tussen de strofen in. In de Göze-versie geen lange outro, dus is het een lekker compact nummer. Jammer vind ik echter wel het gebrek aan vocale zwaarmoedigheid en emotie die Van het Groenewouds versie zo bijzonder maken. Een ander minpunt is de té nadrukkelijke articulatie in de zang. Typisch dat Geris dat enkel doet in het Nederlands en niet in het Limburgs van Wets Dich. Kennelijk past die ‘moerstaal’ haar beter, ze komt immers oorspronkelijk uit Molenbeersel, onder Weert net over de grens in België.   

De helft van de twaalf nummers kun je beleven als luistermuziek: Naast Cecilia, Wets Dich en Lied van de Zee zijn dat ook de ode aan de vorig jaar overleden Dirk van Esbroeck Tango para Diego en twee mazurka’s: opener Mazurka des Tuileries en afsluiter L’OstendaiseTuileries is wellicht iets minder dansbaar door een extra toegevoegde maat aan het eind van elke zin, maar L’Ostendaise is een zuivere mazurka ondanks het boeiende geïmproviseer op zowel spetterende gitaar als op een ’Tootsy’ accordeon .

Het vlotte dansbare deel van dit album kent twee Zweedse dansen, twee jigues en drie scottishes. De Scandinavische sfeer (zowel Decombel als Claeys zijn muzikaal deels in Zweden geschoold) vind je in Fastän en Rauland.

Fastän is een bekende polska geschreven door Eva Saether, docente aan de Musikhögskolan van Malmö. Het werd eerder al eens op cd vastgelegd door Groupa (Fifteen Years, 1998) en Lena Willemark & Ale Möller (Agram, 2000). Göze laat hier en daar iele belletjes klingelen bij robuust spel en een intrigerende drone.  

Rauland biedt Gözes interpretatie van het ’gangar’-ritme, de enige 6/8 die voorkomt in de traditionele muziek uit Scandinavië. Aan het begin en het eind hoor je een 10-tal seconden Claeys’ hart bonken. Voor die opname heeft hij gewoon een micro tegen zijn borstkas gehouden. Die hartbeat geeft het basisritme aan van de gangar en wordt al gauw lekker groovy opgepakt door Decombel op gitaar. Claeys meandert op zijn trekzak en rockt op zijn vervormde mondharp. Het swingt als een trein.    

Het titelnummer en Skaloval/Neverending lopen als vanzelf in elkaar over. Het titelnummer is een scottish waarin de trekzaknootjes over elkaar heen buitelen op een daartoe bij uitstek geschikt éénrijertje, de melodeon. Ingetogen bijna klassiek gitaargetokkel vormt de brug naar de twee jigs Skaloval en Neverending (trad.). Het tempo wordt steeds opgeschroefd. Je kunt onmogelijk stil blijven zitten. Meezingen kan ook met het bezielde No-no-no-koortje van de twee heren & Olle Geris.

Zo’n  zelfde aanstekelijk koortje (maar dan hé-ja-hé-ja) horen we in de scottish Hozee! Ook alweer zo’n opgewonden nummer met een door merg en been snijdende messcherpe gitaar en een stomende accordeon. De intro van Hozee! vormt als het ware de weerslag van Claeys’ humor, die hij normaal tijdens live-optredens op je los laat. Een paar jaar geleden hoorde hij op zijn antwoordapparaat ene Rita die vraagt of ze komen optreden op haar festival en hoeveel dat allemaal kost. Met haar vlaamse tongval klinkt Goze als Hozee. Ook haar slot met: "bel me eens op, of anders, geef een telefoontje" vond Claeys zo grappig dat hij het meteen opnam en het nu als intro voor Hozee! gebruikt.  
 
Willem Petersborg maakte tijdens een Boombal met Göze XL (sic) de opnamen van de scottish Patatski. Je hoort hier naast Claeys en Decombel ook Toon Van Mierlo op sax, Sam Van Ingelem op bas en Jo Zanders op percussie. Tussen alle opwinding op sax en accordeon kent het een aangename verstilling in het hart met een hoofdrol voor gitaar en bas.  

Quand on est bien amoureux is een divers en sterk album. Druistige dynamiek wordt meer dan voldoende afgewisseld met fijnzinnige folk. Het fraai vormgegeven hoesje blinkt niet uit in informatie over de nummers. Zo ontbreekt ook de aanduiding van het type dans. Met hulp van extra aangevraagde info bij Wim Claeys is die lacune hier ingevuld.      
Henk - Waardering: 9

 

Goe Vollek

Maarten Decombel en Wim Claeys hebben met Göze een fijne formule uitgedacht waarbij ze als duo naar de mensen toegaan, om in huiselijke sfeer poëtische muziek ten beste te geven. De omgeving en de presentatie spelen daarbij, naast de muziek zelf, een grote rol. Dat is uiteraard niet zo gemakkelijk weer te geven op een cd, zeker niet met "amper" twee muzikanten. Daarom werd op "Quand On Est Bien Amoureux", het tweede album van dit duo , hier en daar beroep gedaan op de engelenstem van Olle Geris en de sax van Toon Van Mierlo. Ook het subtiele slagwerk van Jo Zanders en de goed geplaatste baspartijen van Sam Van Ingelgem mogen er zijn. Het repertorium op deze plaat bestaat voor het grootste gedeelte uit eigen werk, aangevuld met enkele traditionele nummers en zelfs met een hitje van Raymond van het Groenewoud, samen tot een zeer goed beluisterbaar geheel verwerkt. Wat de traditionals op de cd betreft: Göze neemt die niet zomaar klakkeloos over in oorspronkelijke versie. Het is vooral de bourdongitaar die op dat vlak voor een nieuwe inbreng zorgt. Het mooiste voorbeeld daarvan is het alomgekende Cecilia, waarbij de diatonische accordeon van Wim Claeys zeer strak de oorspronkelijke melodie blijft spelen maar de gitaarbegeleiding een heel modern accent brengt. Verder zorgen een zelf geschreven tango, opgedragen aan de onlangs overleden Dirk Van Esbroeck, een opname van een optreden op een boombal en een aantal lieflijke deunen ervoor dat Claeys en Decombel op deze cd absoluut hun intieme live-reputatie alle eer aandoen.
Wilfrid Moonen
 



Stage

Een derde cd van dit folkduo. Gitarist Maarten speelde eerder ook met o.a. Urban Trad en accordeonist en Boombaloprichter Wim Claeys maar doet het evengoed met Ambrozijn. Voor deze nieuwe cd "Quand On Est Bien Amoureux" hebben ze zich laten inspireren door de liefde (het is vast niet toevallig Valentijn als ik dit schrijf) en daarvoor wat vergeten traditionals uit de "Vlaamsche Heschiedenis" opgediept, een liedje van Raymond Van Het Groenewoud ( "Lied Van De Zee" met zangeres Olle Geris) en wat mooie eigen instrumentals.
"Tango Para Diego" is een ode aan de vorig jaar te vroeg overleden Dirk Van Esbroeck. Uitschieters zijn het ingetogen "Cecilia", naar een "field recording" van ene Pol Heyns uit 1939, het melancholieke "l’Ostendaise" en de opener "Mazurka Des Tuilleries" en alle rustige, instrumentale nummers. Bij het meer energieke werk viel ik vooral voor het van een niet identificeerbare beat voorziene "Rauland", en het met uitgebreide groep (met o.a. percussionist Jo Zanders van Dazibao) gebrachte "Patatski". Een bijwijlen zeer sterke, maar jammer genoeg een beetje ongelijke cd met op de koop toe een aartslelijke cover. Jammer, want Göze laat ook horen dat de duovorm geen beperking hoeft te zijn om met de groten mee te spelen. 
Niels De Coster

"LIVE EN FLANDRE" (2007)

New Folk Sounds


Maarten Decombel en Wim Claeys vormen sinds enkele jaren het duo Göze en zijn grote fans van Gilles Chabenat en Frederic Paris. Een lang gekoesterde wens van het eerste tweetal ging op 23 april 2005 in vervulling toen ze met het andere duo een toernee door Vlaanderen afsloten met een geluidsopname in  Kunstencentrum ’t Ey in Belsele. De muziek van het viertal werd geselecteerd uit bestaand materiaal van zowel Göze als Chabenat/Paris, bewerkt en aangepast. het is een zeer sfeervol album geworden waarbij de intimiteit van het kleine, maar o zo grootse ’t Ey wonderwel is gevat. Opmerkelijk is eveneens dat er sprake is van een coherent geheel. De arrangementen zijn goed uitgewerkt en nergens zitten de individualisten pur sang elkaar in de weg. Er wordt weliswaar volop geïmproviseerd, maar toch heb ik de indruk dat meer dan ooit de melodie centraal staat en minder het experimenteren op zich. Een goed voorbeeld is het bekende Nous Irons en Flandre, dat van een geheel nieuwe aanpak wordt voorzien en werd herwerkt tot een soort slepende blues met improvisaties van elk van de instrumentalisten. In het daaropvolgende En Flandre van klarinettist/doedelzakspeler Frederic Paris gaan alle remmen los met als gevolg een heerlijke danstune die toch weer onderbroken wordt door een creatief geïmproviseerd intermezzo. 1/11 van Decombel is een knap lyrische melodie, waarin weer afwisselend wordt geïmproviseerd, maar nooit het doel, de melodie, uit het oog verloren. L’Anternaire is een prachtige air met een schitterend stukje polyfonie tussen draailier, accordeon en klarinet met een fraaie ondersteuning door gitarist Decombel. Marusjka van draailiergrootheid Chabenat is dan zo’n nummer waarin de improvisatie centraal staat in een Oost-Europese, Arabische muzikale context. Le fil/montagnarde, zo’n typische Chabenat-compositie vol syncopen, breaks, stops tekent nog eens de virtuositeit van de spelers. Doedelyoudo? is een directe danstune van Claeys waarin het vlamt. Catherine Paris zingt als gast een lied van opa Jacques, begeleid door vader Frederic en zijn collegae. Het enige dat ik mis op deze sterke live cd is een enthousiast publiek, want dat is gek genoeg geheel weggefilterd.
Marius Roeting

Mazzmusikas


 

de muziekkunsten van Gilles Chabenat en Frédéric Paris zo verdomd interessant dat ze de heren contacteerden en vroegen om samen te musiceren. Het resultaat hoor je op deze cd. Twaalf miniaturen (hoofdzakelijk instrumentaal) gedrenkt in de beste folktraditie. Net als de beste single malt gerijpt in sherry- of portovaten. Dit is dus geen boombalmuziek maar geraffineerde luisterfolk. Op het programma staan eigen nummers aangevuld met een aantal traditionals. Natuurlijk gaat het er al eens feestelijk aan toe maar alles blijft getemperd. Vrees niet dat dit uitmondt in een academisch lesje. Daarvoor zijn de vier muzikanten te inventief. Een mooi bewijs dat boeiende folk niet altijd moet ontstaan door vergezochte kruisbestuivingen.
GTB

Le Canard Folk

Wim et Maarten (le duo Göze) ont toujours été fascinés par Frédéric et Gilles. Les voici réunis lors d’un concert à ’t Ey, à Belsele, en avril 2005, sur des compositions des quatre mêlées à quelques traditionnels français et flamands. Des airs souvent doux (même le "Doedelyoudo?" de Wim Claeys a les angles arrondis) comme le très joli "1/11" de Maarten Decombel. Des occasions d’improviser, par exemple en introduisant une rythmique blues dans "En Flandre" (sic) de Frédéric Paris. De la très bonne musique, dont le caractère "live" n’est pas évident - on n’entend pas le publique.
M.B.

Reisboeken.be

De aanzet van deze cd klinkt ergens ver weg, een beetje weemoedig ook. Een reisgevoel ook, maar dan eentje dat niet met Vlaanderen te associëren valt, daar gebeurden alleen maar de opnames. Het gevoel dat in het eerste nummer (Ou t’en vas-tu?) aanwezig is moet van elders komen.

Ook in de volgende nummers van deze cd blijft die gecombineerde sfeer van ver weg zijn, reizen en weemoedigheid hangen. Muziek hoeft niet persé vrolijk en opwekkend te zijn. Weemoed is een emotie die zich hier prachtig muzikaal laat vertalen. Muziektechnisch is het wellicht niet de makkelijkste emotie om uit te drukken. Vandaar misschien dat de vier muzikanten zich extra lijken uit te leven, improviseren ook?

Het nummer fraai gezongen door Cathérine Paris is eigenlijk het enige dat wat vrolijker klinkt. Wellicht omdat de zon erdoor schijnt? Reizen is ook een beetje afscheid nemen, weemoed hoort daarbij. Deze cd van vier knappe muzikanten drukt dat ten volle uit.
R.D.



"GEZELLIG ONDERUIT
ZONDER ELEKTRIEK" (2004)

Focus Knack

Accordeonist Wim Claeys (ambrozijn) en gitarist Maarten Decombel leggen zichzelf een sober dieet op. Niks in de mouwen dus, en toch wordt het nooit saai. Met humor en een moderne attitude kruiden ze hun instrumentale folk.
Zowel eigen composities, naar Hedningarna verwijzende liedjes als afgestofte traditionals, van trage blues tot snelle wals, maken van GOZE een veelkoppig, maar heel wendbaar beest."
Waardering: * * *
P.V.D.

Folkworld (Germany)

I have to say, I love Begian music for some time now. If I remember it right, Ambrozijn were my first introduction to the new Belgian folk music... Today I have the pleasure to review a great album of one of the members of Ambrozijn (Wim Claeys - diatonic accordeon, bagpipes) who has joined up with the fantastic guitarist Maarten Decombel.
The short form of the name of this duo - GOZE - is easy to remember - and it definitely should be. The long version Gezellig Onderuit Zonder Elektrik is more the theme of their music - they (and the listeners as well) have their fun without electric tricks... Their musical world is the heart of Europe, they do traditional tunes from Flanders (of course!), but also from the Auvergne, Brittany, Sweden and Ireland, and they also compose themself. The music on their debut album is very honest - always played just by the two musicians on guitar and diatonic accordion or bagpipes. The arrangements are highly individual and absolute fantastic. If you like accordion and guitar (and from time to time some bagpipe) - you should go for them!
Wim Claeys started with this album his own Record label Kloef Music - after the debut CD of GOZE I am really looking forward to the next album of this new label...
Christian Moll

Kkunst.com

Na “A Song" van Ambrozijn ligt met “Gezellig Onderuit Zonder Elektriek” de eerste full-CD van het nieuwe folkgerichte label “Kloef Music” in de platenrekken. Met deze titelloze eerste CD laat “Gezellig Onderuit Zonder Elektriek” of kortweg GOZE horen welke muziek ze spelen en voor welke muzikale benadering ze staan. Ze brengen een vrij eigenzinnige intimistische muziek waarbij de schoonheid van de arrangementen met de speelvaardigheid van het duo (Wim Claeys en Maarten Decombel) hoorbaar en bijzonder genietbaar is.

“Gezellig Onderuit Zonder Elektriek”, de vrij lange naam van de groep staat voor de doelstellingen en de benadering van het duo rasmuzikanten : Wim Claeys (Ambrozijn en Tref en bijzonder succesvol initiatiefnemer van Boombal) en gitarist Maarten Decombel (Keukojoen). Zonder elektriek willen ze met akoestische instrumenten (gitaar, diatonische accordeon en doedelzak) mooie initimistische muziek maken waarvan men stil wordt.
Ik leerde GOZE kennen tijdens Oostende Music City waar ze zich zonder moeite en tussen de popjongens in de finale speelden. Hun muziek sprak aanstonds aan, ontroerde en bracht het luidruchtige publiek tot luisteren.
GOZE, brengt dan ook de muziek tot haar essentie waarbij vooral de speeltechniek en het compositorisch vermogen van het duo opvalt. Hoe kleiner de bezetting hoe nauwkeuriger men moet spelen. Het duo heeft daar zeker geen problemen mee. Luister maar naar de totaliteit van de 14 nummers die live in het Trefpunt in Gent werden opgenomen.
Komende uit de folkwereld is deze CD dan ook zeer folkgeïnspireerd. Verwacht geen oude versleten deuntjes want wie Wim Claeys zegt spreekt over een eigenzinnige hedendaagse benadering van traditionele muziek. De arrangementen zijn fris en levendig en klinken zeer goed. Luister maar naar hun versie van “Komt vrienden in de ronde” of het kinderliedje “Sneeuwwit vogelke”.
Naast eigen composities en de bewerkingen van bekende tradionele nummers legt het duo ook zijn oor te luisteren bij de buurlanden zoals Skandinavië en natuurlijk Ierland en Bretagne.
Als men over techniek spreekt dan moet men luisteren naar “Halfbelegen” waar Wim een echt staaltje van speelkunst aflevert. Ook het zeer vlotte “Kortenberg” is een pareltje naast de vele andere want “Gezellig Onderuit Zonder Elektriek” verveeld geen noot.
GOZE (zou het naar geuze smaken ?) is een CD om te koesteren, te genieten en vol bewondering naar te luisteren. Hopelijk is deze eerste CD de voorbode van nog veel mooi’s. Luisteren wij maar naar “Zandpoort 29” of slaan met “Andro Mod Koh” de beentjes uit !
Harry De Bock

Folkroddels.be

GEZELLIG ONDERUIT ZONDER ELEKTRIEK (Goze voor de vrienden) is een akoestisch duo en bestaat uit twee hele goede muzikanten. Accordeonist (en parttime doedelist) Wim Claeys speelt b.v. ook bij AMBROZIJN en TREF. Maarten Decombel is een briljant gitarist die momenteel ook bij KEUKOJOEN speelt. Al van bij de oprichting van Göze een paar jaar geleden klikte het tussen beiden. Ze voelden elkaar perfect aan. En dat is natuurlijk belangrijk bij een duo. Hun eerste grote wapenfeit was een succesvol optreden op ’t Folkfestival Dranouter. Maar eigenlijk komt hun muziek het best tot zijn recht in de intimiteit van een bruine kroeg, of beter nog, in je huiskamer.
Op 21 april 2003 traden ze op in ’t Trefpunt (Gent). Zonder dat het publiek ervan wist werd het concert ingeblikt. En het zijn die nummers (aangevuld met drie studio-opnames) die nu het debuutalbum van Göze vormen. ’t Is trouwens niet alleen voor Göze een debuutalbum, maar ook voor het nagelnieuwe Kloefmusic.
Op het album vind je heel wat geborgenheid. Je hoort weliswaar geen publiek, maar de warmte van een live-optreden straalt er van af. De kleine foutjes nemen we er dan ook graag bij. Opener 1/11 werd geschreven door Maarten Decombel. Speciaal voor Mieke Evenepoel (Keukojoen) toen die twee jaar geleden haar broer verloor. Een droevig maar wondermooi troostbrengend nummer. Het kinderliedje ‘Sneeuwwit Vogeltje’ is mijn absolute favoriet. Net zoals Ambrozijn onlangs nog ‘zwarte zwanen witte zwanen’ aanpakte is sneeuwwit vogeltje nauwelijks nog herkenbaar. Het is een donkere en ietwat jazzy song geworden. Nergens is Maartens gitaarspel zo beklijvend als hier.
Goze slaagt erin om met zijn tweetjes een erg volle klank voor te brengen. Enkel in de studionummers werd er hier en daar wat bijgewerkt (zoals in ‘Faverolska’ waar Maarten twee melodielijnen inspeelde, en Wim zijn doedelzak overdubde wat een vollere klank geeft, en wat wellicht ook de foutjes wat wegwerkt want Wim beheerst duidelijk minder goed zijn doedelzak dan zijn accordeon). Van doedelzak gesproken, die heet ´Cesarine´ en klinkt overal wat te laag (´zo vals als een dode koe´ is een uitspraak die we al eens opgevangen hebben), maar dat valt niet echt op doordat Maarten zijn gitaar telkens bijstemt (de doedelzak kan natuurlijk niet gestemd worden). En die koe kan er nu eenmaal ook niet aan doen.
Er kan ook gedanst worden op de muziek van Goze. Al hebben ze natuurlijk niet de ‘drive’ van een echte balgroep (wat trouwens zeker ook niet de bedoeling is). Toch is ‘Andro Mod Koh’ een zeer dansbare andro. En ‘KVIDR, MVES’ zal op bals ongetwijfeld op gejuich onthaald worden (de onuitspreekbare titel staat voor ‘Komt Vrienden In De Ronde, Minnaars Van Enen Stiel’, en eigenlijk is het geen dansnummer, maar geen kat die daar op let). De korte bourrée ‘Zandpoort 29’ werd opgedragen aan Stefan Timmermans (doedelist van MADINGMA), met ‘Gucku’ haal je eindelijk nog eens een Zweedse polska in huis en dankzij ‘2 Kas-A-Barh, 2!’ hebben we wellicht weer een item voor onze dansroddels (de kas-a-barh is namelijk een variant van de andro). We moeten jullie echter ten stelligste afraden om te walsen op ‘Kortenberg’ behalve als je Olympisch getraind bent. Neen, dan golf je beter langzaam weg op de zalige mazurka ‘L’Anternaire’.
Ook aan de verloren zonen wordt gedacht. De scottisch ‘Half Belegen’ werd geschreven door Guido Piccard, en Göze doet hem via deze cd de groeten, waar hij zich ook moge bevinden (de laatste geruchten hadden het over Spanje alwaar hij viool zou spelen in pubs - we wisten niet eens dat hij viool kon spelen!).
De cd wordt afgesloten met een jig. Maar dan wel met één van de meest droevige die er bestaan. Wil je weten waarover hij gaat? Dan moeten we je aanraden om dringend eens naar een optreden van deze groep te gaan. Wim zal je alles klaar en duidelijk uitleggen. In Algemeen Onbeschaafd Gents. Zijn bindteksten alleen al zijn een optreden meer dan waard !
Jåk (Stefan Feys)
 

Folkspot.be

"Vlaams duo brengt met eenvoud veel warmte"

Dezer dagen dus volop in de belangstelling met hun eerste worp, die jongens van GOZE. Het is me wat een vreemd duo’tje. Ze lijken zichzelf absoluut niet au serieux te nemen maar brengen van die muziek die op CD enkel serieus te nemen is. Het duo: Wim Claeys op doedelzak en trekzak en Maarten Decombel op folkgitaar, brengt je reeds van bij de opener 1/11 in een heel zwevend ijl muzieklandschap waar er enkel plaats en ruimte is voor heel eenvoudig virtuoos gekozen melodieen waarin eerder de melodie op zich voorop staat. Daarom ook was deze groep zowat de grondlegger van de jonge volksmuziekgeneratie of de Jongbelgen. We hebben ook in de loop der jaren dit duo zien groeien. Het aanvankelijk opzet werd rijper en dit is ook te merken aan hetgeen deze CD te bieden heeft. Een ander hoogtepunt is zeker en vast ‘Sneeuwwit vogeltje’ waarin de eerste lijn van de melodie eerst wordt gespeeld. Maar we hebben ook toffe bewerkingen van andro’s of de varianten er op in ‘2 Kas-a-bahr, 21’. Laten we eerlijk zijn: Wim kenden we reeds van zijn voortreffelijk werk binnen AMBROZIJN maar laat deze CD vooral een ode en een doorgronden zijn van gitarist Maarten. Hij lijkt zowat flink op weg om in zijn eentje heel orkestraal en heel technisch een uniek niveau te halen. Vergelijk hem wat met BBC AWARDwinnaar Martin Simpson, eerder technisch sober maar heel sprekend. Wanneer we trouwens het totale niveau van deze CD gaan vergelijken met wat in andere Europese landen in deze categorie de bovenhand haalt moeten we toch vaststellen dat we niet direkt moeten blozen, tenzij van trots. Als je deze CD in je bezit krijgt moet je ook zeker eens de moeite doen de prachtige gedichtjes van Miet Ghielens in het tekstboekje na te slaan. Het geeft een aparte diepgang. Laat ons verder echter ook eerlijk zijn met deze CD. Het is een ver gevorderde debuutCD die nog heel wat ruimte om de groep te laten groeien. We horen schoonheidsfoutjes, we horen stilte die veel verdoezeld en de techniek wordt tegen de groepsnaam in soms wat te veel misbruikt. Deze jongens hebben zich kwetsbaar opgesteld en dat heeft zijn voor- en nadelen. Aan hen om hun bekwaamheid in zichzelf te ontdekken.
Stijn Vdb
 

Folkforum.nl

"Achter humor schuilt gevoelige muzikale ziel"

Het duo Gezellig Onderuit Zonder Elektriek (GOZE) bestaat uit Wim Claeys (diatonische accordeon, doedelzak) en Maarten Decombel (gitaar). De zoveelste kruisbestuiving uit de Vlaamse folk. Claeys kennen we van Ambrozijn en Tref, Decombel van Keukkojoen.
Deze Goze-CD is verschenen op het nieuwe, door Claeys opgerichtte, KLOEF-label. Hun eerste CD bevat instrumentalen uit alle windstreken (Zweden, Bretagne, Ierland, Vlaanderen) en een aantal knap gearrangeerde eigen nummers. 11 nummers werden live opgenomen in het Gentse café Trefpunt, 3 nummers in de studio. Geen hoorbaar (applaudiserend) publiek en mooie heldere opnames.
Een intieme CD, zonder veel tierlelantijnen. Een paar dansbare stukken "Kvidr, Mves" (Komt vrienden in den ronde, Minnaars van enen Stiel), "Kortemberg", "Andro Mod Koh", maar toch voornamelijk luistermuziek.
Ze lijken het allemaal niet zo serieus te nemen, dit duo. Vooral niet moeilijk doen. Een traditionele Zweedse Polka,"Gucku", wordt gepresenteerd als "antiast" liedje (als tegenhanger van "enthousiast"). Gepikt van Hedningarna zegt men er eerlijk bij. Zonder te vragen. Dat past wel een beetje bij dit ongecompliceerd duo. Om het goed te maken draagt men het daaropvolgende nr. van de CD "Allt vad du vill" (oorspronkelijk een prachtig Zweeds liefdesliedje) aan Hedningarna op. Over "Gucku" heb ik overigens wel een tijdje lopen peinzen. Ik kende de melodie maar kon hem niet plaatsen. Een mailtje van Wim Claeys bracht uitkomst: "Gucku" is een traditionele begrafenismars, als doedelzakbreak te horen in het nummer Viima (op Karelia Visa van Hedeningarna). Ook te vinden op een CD van Anders Stake "Kan Själv". (bedankt voor de info Wim).
Een ongecompliceerd duo vol humor, getuige het Cd-hoesje en begeleidende teksten. Toch vermoed ik dat er achter die humor en branie een paar zeer gevoelige muzikale zielen schuil gaan. Anders kun je nooit zo´n prachtige stukken schrijven als 1/11 (Decombel). Een sombere, melancholisch "herfstblues uit de Poldergrond" met superieur gitaarspel van Decombel en een ontroerende accordeon van Claeys. Opgedragen aan Mieke Evenepoel, zangeres van Keukkejoen, wiens broer 2 jaar terug overleed.
Nog zo´n hoogtepunt: "Gudrun". Solo-gitaarstuk dat in sfeer sterke associaties oproept met het beste werk van Pierre Bensusan. Naar de reden van de absurdistische hoestekst bij dit nummer blijft het gissen. Die contrasteert nogal met de subtiele muzikale inhoud.
Ik ken het kinderliedje "Sneeuwit Vogelken" niet maar in het arrangement van Goze, met een duister, onheilspellend intro, klinkt het allerminst als een simpel kleuterdeuntje.
Wim Claeys is duidelijk een veel betere accordeonist dan doedelzakspeler. Natuurlijk, het gaat hier om live-opnames maar in "Allt vad du vill" valt een behoorlijke "doedelmisser" op. Het zij hem vergeven. Veel mooier klinkt die doedelzak in "Faverolska", opgenomen in de studio en dat hoor je. Dat nummer, van de hand van Wim Claeys, klinkt Scandinavisch en kent na een recht-toe-recht-aan begin een versnelling met mooie gitaar-effecten.
Claeys is op zijn best in de "l´ Anternaire". Een mazurka uit de Auvergne. Niet om op te dansen maar om heerlijk op weg te dromen. In de iets minder gestileerde nummers "Kash-a Barh, 2" en "Half Belegen" (Guido Picard) wordt wat vrijer gemusiceerd en doen de jazzy tonen die Claeys uit de accordeon haalt denken aan de mondharmonica van "Toots".
De CD besluit met 2 bekende nummers "Andro Mod Koth (o.a. Kadril) en The Strayaway Child (Kevin Burke/Bothy Band). Dat laatste nummer hoor je in vrijwel elke Ierse sessie en is zo langzamerhand kapot gespeeld. De versie van Goze is alleszins acceptabel maar met ruim 5 minuten aan de lange kant.
De kracht van GOZE zit wat mij betreft in de rustige, intieme stukken. Daar staan er gelukkig genoeg van op deze mooie CD.
Paul - Waardering: 8